Wat is patellaluxatie of
knieschijfluxatie?
De knieschijf ofwel
patella ligt normaal gesproken in een kraakbeensleuf aan het onderste gedeelte
van het bovenbeen. Bij patellaluxatie schiet deze van zijn plaats (naar binnen
of naar buiten). De knieschijf heeft een belangrijke functie in het mechanisme
van de kniebuiging. Bij een luxatie van de knieschijf valt deze functie weg.
Daardoor kan de hond niet meer goed op dit been steunen.
Knieschijfluxatie kan aan
één poot voorkomen maar vaker zien we het beiderzijds. We zien het bij de jonge
hond vanaf een week of 8 maar we zien ook vaak pas problemen op latere
leeftijd. In principe kan patellaluxatie bij alle rassen voorkomen. We zien het
echter het vaakst bij de kleine en minirassen.
Normale knie. Klik op de afbeelding voor een vergroting
Knie met patellaluxatie. Klik op de afbeelding voor een vergroting
Dat patellaluxatie een
complex probleem is, blijkt wel uit de verschillende classificaties waarin deze
aandoening wordt onderverdeeld.
Onderverdeling in
voorkomen
-
Mediale luxatie (luxatie
naar binnen) bij mini, kleine en grote hondenrassen.
-
Laterale luxatie (naar
buiten) bij mini en kleine hondenrassen
- Laterale luxatie (naar
buiten) bij grote hondenrassen
Onderverdeling naar
oorzaak
-
Erfelijkheid
Genetisch
bepaalde anatomische afwijkingen veroorzaken de patellaluxatie. Zo kan de tibia
(het stukje bot waar de kniepees aan vast zit) te veel naar binnen staan
waardoor de knieschijf buiten de kraakbeensleuf gedwongen wordt.
-
Traumatisch
Door een
ongeluk kunnen een of meerdere bandjes afscheuren die normaal de knieschijf op
zijn plaats houden
- Tgv lichamelijke
afwijkingen
Andere aandoeningen kunnen ervoor zorgen dat de knieschijf losser
in de kraakbeensleuf ligt. De ziekte van Cushing is zo’n voorbeeld. Door
verslapping van de pezen en spieren wordt de knieschijf niet vast genoeg meer
in de sleuf gehouden.
Onderverdeling in de ernst
van luxatie (vooral belangrijk voor de keuze van de behandeling)
Patellaluxatie kan in
verschillende gradaties voorkomen; van heel af en toe tot permanent op de
verkeerde plaats. We maken de volgende onderverdeling hierin;
-
Graad 1
De knieschijf is te
luxeren bij een gestrekte poot de knieschijf met de hand te verplaatsen.
Wanneer de poot weer in de normale stand staat schiet de knieschijf vanzelf
weer terug.
-
Graad 2
Hierbij schiet de patella
er regelmatig naast en blijft dan in geluxeerde positie voor kortere of langere
tijd. Sommige honden “zetten” de knieschijf zelf weer op de plaats door de poot
naar achteren te strekken. Door het regelmatig op en af schieten van de
knieschijf ontstaan kraakbeendeformiteiten, artrose en afvlakking van de
kraakbeensleuf.
-
Graad 3
De knieschijf is
permanent geluxeerd, wanneer de knieschijf weer in de goede positie gezet wordt
schiet deze er vanzelf weer uit. De kraakbeensleuf is ondiep of zelfs
afgevlakt. De poot wordt wel belast maar staat vaak in doorgebogen positie.
-
Graad 4
De knieschijf is
permanent geluxeerd en de kraakbeensleuf is afgevlakt of schuin aflopend.
Honden houden de poot omhoog of bij beiderzijdse luxatie lopen ze extreem
afwijkend wijdbeens.
Symptomen van patella luxatie bij de hond
Verschijnselen van
patellaluxatie kunnen variëren van heel af en toe door de betreffende poot
zakken tot permanente afwijkende loop waarbij de dieren met de knieën naar
buiten lopen. Wanneer de knieschijf weer in de goede positie schiet zijn de problemen
ook weer direct verdwenen.
Bij mediale patellaluxatie kunnen we globaal drie
groepen onderscheiden;
-
Pasgeborenen en puppies
Problemen van afwijkend
gebruik van een of beide achterpoten vanaf de tijd dat ze echt gaan lopen. Vaak
zijn dit de dieren met patellaluxatie graad 3 of 4.
-
Jonge tot volwassen
honden
Deze dieren hebben vaak
altijd al een wat afwijkende gang maar deze kan langzaam verergeren. Deze
gevallen hebben vaak patellaluxatie graad 2 of 3.
-
Oudere dieren
Oudere dieren met
patellaluxatie graad 1 of 2 hebben vaak
in hun leven slecht geringe verschijnselen. Vaak zien we bij deze dieren
plotselinge kreupelheid en pijn door verergering van de luxatie en/of door de toename in de vorming van artrose.
Hoe stellen we de
diagnose patellaluxatie?
De diagnose wordt gesteld
aan de hand van het verhaal (anamnese) en het onderzoek waarbij met een
speciale handgreep wordt gekeken of de knieschijf te luxeren is. In enkele
gevallen is het beter dit onderzoek onder een lichte sedatie te doen.
Het maken van rontgenfoto’s
is niet direct noodzakelijk voor de diagnose maar sluit wel andere oorzaken uit
en kan informatie geven over de prognose en de keuze van behandelmethode.
Wat is de behandeling
voor te losse knieschijven?
De behandeling van de
patellaluxatie is afhankelijk voor de graad en de oorzaak van de luxatie.
Graad 1 patellaluxaties
worden nogal eens niet behandeld (niet in de laatste plaats omdat de
verschijnselen zo gering zijn). Toch is het zeer waarschijnlijk dat, door de
regelmatige luxaties, een pijnlijk gewricht ontstaat. Bovendien kunnen hierdoor
botafwijkingen ontstaan waardoor de luxatie steeds erger wordt.Het is dan ook
zo dat de meeste van deze gevallen beter geopereerd kunnen worden.
De overige graden van
patellaluxatie komen zeker in aanmerking voor chirurgie. Afhankelijk van de
graad van de patellaluxatie kan er voor de volgende operatieve ingrepen gekozen
worden, ook combinaties van deze methoden worden gebruikt;
-
Strak hechten van het
kapsel; hierdoor kan de knieschijf minder snel luxeren
-
Uitdiepen van de
kraakbeensleuf; hierdoor valt de knieschijf dieper in de sleuf en zal minder
gemakkelijk luxeren.
-
Teugeltechnieken; hierbij
kunnen teugels van onoplosbaar materiaal gebruikt worden om de knieschijf op de
plaats te houden en/of de aanhechtingsplaats van de kniepees in de goede
positie te houden.
-
Transpositie van de
aanhechtingsplaats; hierbij wordt de aanhechtingsplaats van de kniepees
losgebeiteld en in de goede positie teruggezet met pinnetjes.
- Uitgebreide botchirurgie;
in enkele gevallen zijn de anatomische afwijkingen van dien aard dat complete
standscorrecties nodig zijn.
Vooruitzichten
De vooruitzichten na
chirurgie zijn uitstekend, doel van de chirurgie is compleet functioneel
herstel.
Fokken met patellaluxatie
Afgezien van de traumatische
patellaluxatie (dus na een ongeluk) wordt het fokken van honden met een
patellaluxatie ten zeerste afgeraden. De kans dat deze aandoening wordt
doorgegeven is zeer groot, neem uw verantwoordelijkheid hier dus in!
Preventie van
patellaluxatie
Helaas zijn losse
knieschijven niet te voorkomen. Het enige wat we kunnen doen is goede selectie
van de dieren die we gebruiken voor de fok. Gelukkig is het bij een aantal
rassen verplicht de dieren te laten onderzoeken door een specialist om de graad
van luxatie vast te laten stellen.
Samenvatting
Patellaluxatie of losse
knieschijven is een veel voorkomende aandoening bij kleine hondenrassen.
Hierbij schiet de knieschijf regematig van de plaats waardoor een kreupele
gang ontstaat. De meeste vormen van patellaluxaties zijn gebaat bij chirurgie.
De vooruitzichten na chirurgie zijn uitstekend.
|